Co-Existence measures

Maatregelen voor coëxistentie

Nederland was het eerste land in de EU waar een overeenkomst werd gesloten met alle stakeholders over coëxistentie. Ondanks deze overeenkomst blijven de critici van genetisch gemodificeerde (gg-) gewassen ontevreden.

Co-existance regulation is based on an agreement of all stakeholders.
Co-existance regulation is based on an agreement of all stakeholders.

Wettelijk kader

De commissie Van Dijk, genoemd naar de voorzitter, heeft in 2004 een overeenkomst gesloten tussen boeren, zowel conventioneel als biologisch, zaadproducenten en consumenten, over praktische maatregelen voor coëxistentie in Nederland: het convenant coëxistentie primaire sector. Het doel van deze overeenkomst is het minimaliseren van vermenging tussen gg-gewassen en genetische modificatievrije gewassen in de primaire sector. Hierdoor kan keuzevrijheid gegarandeerd worden voor boer en consument.

Gebaseerd op het convenant heeft het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA) een richtlijn voor coëxistentie opgesteld. Hierin staan de volgende regels:

Boeren die gg-gewassen willen verbouwen, moeten voor 1 februari van het betreffende teeltseizoen hun buren van de teelt op de hoogte stellen en de teelt melden bij het ggo-register van het Ministerie van VROM. Ook moeten boeren die ggo-vrij willen telen dit melden aan hun buren die gg-gewassen willen telen.

De boeren moeten zich aan een bepaalde gedragscodes houden. Tijdens alle fasen van de teelt moeten geschikte maatregelen genomen worden om vermenging tussen gg-gewassen en genetische modificatievrije gewassen en producten te vermijden. Het gaat hierbij om maatregelen als het zorgvuldig reinigen van machines, isolatieafstanden en het implementeren van gescheiden opslag en transport.

Isolatieafstanden zijn vastgesteld voor aardappel, suikerbiet en maïs. Tussen velden met gg-gewassen en conventionele gewassen gelden de volgende afstanden: voor aardappel 3 meter, voor suikerbiet 1,5 meter en voor maïs 25 meter. Tussen velden met gg-gewassen en gecertificeerd ggo-vrij (zoals biologisch) gelden de volgende afstanden: voor aardappel 10 meter, voor suikerbiet 3 meter en voor maïs 250 meter.

Aansprakelijkheid

Als boeren zich aan de voorgeschreven regels houden, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat vermenging tussen gg- en gewone gewassen plaats zal vinden. Een boer die gg-gewassen teelt en die zich niet aan de regels houdt, kan volgens het staatsburgerlijk recht aansprakelijk gesteld worden voor eventuele vermenging. Dit kan alleen als de schade bewezen is en teruggevoerd kan worden op een individuele boer. Boeren die zich wel aan de regels van het convenant houden, kunnen nooit aansprakelijk gesteld worden. Voor het geval er toch vermenging plaatsvindt, zal er per gewas een schadefonds worden opgezet, dat ingezet kan worden om schade te vergoeden. De details hierover worden nog verder uitgewerkt door de verschillende partijen.

Naleving van de regels

Naleving van de coëxistentie richtlijn wordt afgedwongen door deze regels op te nemen in de Good Agricultural Practices, de GAP. Indien boeren zich hier niet aan houden, kunnen zij berispt of zelfs beboet worden door het HPA.

Monitoring

Om de regels voor coëxistentie te evalueren, is intensieve monitoring nodig, zodat eventueel aanpassingen gemaakt kunnen worden. In het convenant coëxistentie doet de Commissie Van Dijk suggesties voor een monitoring protocol. Deze bestaat uit details voor sampling, detectie, analyse, frequentie, verslaglegging en gevolgen. Het definitieve monitoring protocol moet nog uitgewerkt worden.




Regional Co-extra reporter /rapporteur:

Back to overview page for Netherlands


partnership Europa logo FP6 logo