[NL] Nauwelijks vermenging tussen genetisch gemodificeerde maïs en gangbare maïs

Er vindt nauwelijks vermenging plaats tussen genetisch gemodificeerde maïs en gangbare maïs als de afgesproken isolatieafstanden tussen de verschillende percelen in acht worden genomen. Dit blijkt uit een tweejarige praktijktoets die Plant Research International van Wageningen UR heeft uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van LNV. De resultaten tonen aan dat de afgesproken isolatieafstanden zorgen dat vermenging door kruising via waaiend stuifmeel ruim onder de binnen de Europese Unie afgesproken 0,9 procent grens - waarboven een product geëtiketteerd moet worden - blijft.

Een isolatieafstand is een afstand die tussen velden van genetisch gemodificeerde en niet-gemodificeerde gewassen moet worden aangehouden om kruising voldoende tegen te gaan. Voor maïs zijn die afstanden 25 meter (tussen genetisch gemodificeerde maïs en maïs in gangbare teelt) en 250 meter (tussen genetisch gemodificeerde maïs en maïs die geteeld wordt voor een markt die gedefinieerd is als vrij van genetisch gemodificeerde producten zoals de biologische markt).

Op één praktijklocatie voor de isolatieafstand van 250 meter is in één monster uit een van de vier ontvangende niet-genetisch gemodificeerde velden een onverwacht hoge waarde gevonden. Deze waarde is niet het gevolg van kruising vanuit een genetisch gemodificeerd veld, maar is uitsluitend te verklaren door de aanwezigheid van één genetisch gemodificeerde maïskolf in het ontvangend veld.

De meest waarschijnlijke verklaring is dat een genetisch gemodificeerd zaadje in het niet-genetisch gemodificeerde veld is ingezaaid. Dit is gebeurd ondanks dat conform de instructies de zaaimachine na het zaaien van genetisch gemodificeerd zaad grondig is gereinigd.

Ondanks het afwijkende monster blijft over het hele veld gemeten het aanwezige percentage genetisch gemodificeerd organisme ver onder de drempelwaarde van 0,9 procent. Dit betekent dat als de oogst op de markt gebracht zou worden - wat nu niet het geval is omdat het om een praktijktoets gaat - de partij niet als genetisch gemodificeerd geëtiketteerd hoeft te worden.

Echter, de vermenging kon wél gebeuren ondanks het strenge protocol van de wetenschappelijke praktijktoets. Daarom vindt minister Verburg het noodzakelijk om voor de dagelijkse commerciële teeltpraktijk een extra maatregel in te voeren. Uit onderzoek blijkt dat de kennis van co-existentie (het naast elkaar bestaan van gangbare, genetisch gemodificeerde en biologische teelten) bij de teler van genetisch gemodificeerde gewassen of loonwerker mogelijk een zwakke schakel kan vormen. Om dit te voorkomen moet deze kennis goed verankerd worden. De minister laat hier onderzoek naar doen. Zij denkt bijvoorbeeld aan een verplichte cursus.


Bron: Ministerie van LNV





Netherlands


partnership Europa logo FP6 logo