[NL] Compromis voor restschadefonds coëxistentie

In juli 2008 zijn de partners van de Commissie Coëxistentie Primaire Sector overeengekomen een fonds op te zetten dat restschade als gevolg van ongewenste vermenging compenseert. De partners, het ministerie van LNV, Biologica (de biologische boeren en voedingssector), Plantum NL (zaad producenten), LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland) en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, tekenden het Convenant Coëxistentie in 2004, maar extra onderzoek en onderhandelingen waren nodig voordat het fonds opgezet kon worden. Het Convenant bevat ook richtlijnen voor isolatie afstanden, het proces van aanmelding van GM teelt en maatregelen om vermenging te voorkomen.

Het fonds:

  • Compenseert economische schade als gevolg van vermenging in de primaire sector, waar niemand verantwoordelijk voor gesteld kan worden;
  • Omvat de apparaatskosten, die noodzakelijk zijn voor beheer en uitvoering, en vulling, de middelen waaruit betaling kan worden gedaan;
  • Is exclusief bedoeld voor schade als gevolg van vermenging in de primaire sector, waarbij schade die verder in de keten ontdekt wordt, is te herleiden via tracking & tracing;
  • Bestaat uit drie delen voor maïs, aardappel en suikerbiet;
  • Wordt drie jaar na de start van de eerste commerciële teelt van GM gewassen geëvalueerd.

Verschillende partijen dragen bij aan het fonds. De apparaatskosten worden gecompenseerd door de productschappen en de kosten voor aardappel en maïs worden gecompenseerd door private partijen. Wie voor de kosten voor suikerbiet opdraait is nog niet vastgesteld.

Monitoring richt zich vooral op bedrijven die op basis van een risico analyse als ‘risicovol’ aangemerkt worden, zodat vermenging verderop in de keten voorkomen kan worden. Hiervoor wordt een apart traject ingezet.

Meer informatie: een brief van het Ministerie van LNV




Netherlands


partnership Europa logo FP6 logo